Blog

“De specialist komt naar u toe”

“De specialist komt naar u toe”

Toen in 1984 het Dinkelziekenhuis sloot en de polikliniek Losser werd geopend, was de gedachte dat er zorg geleverd ging worden dicht bij de patiënt. Een voor die tijd ongekend revolutionaire gedachte. Het zou de eerste goed lopende “buitenpoli” van Nederland moeten worden.

Inmiddels zijn we 33 jaar verder en wat is het plan: sluiting van de poli in Losser en de bevolking moet voor specialistische zorg naar Oldenzaal of Enschede. Al meer dan tien jaar wordt er over gesproken, gaan er specialisten weg, met als resultaat een “sterfhuisachtige” poli Losser. Vrijwel direct na de bijeenkomst over het sluiten van de poli kwam een brief van de neurologen. De mededeling was dat ze nu alvast weggingen! Niet wachten op de uitkomst van een te plannen overleg……

Droom

Ongeveer een tien jaar geleden nam Roland Koopman, die hier als dermatoloog werkte, afscheid van het MST en ging in het ziekenhuis Bernhoven in Oss en Veghel aan de slag. Onlangs is hij helaas overleden maar hij laat wel wat na, namelijk dat hij aan de basis stond van een grote transitie van de twee locaties van dit ziekenhuis naar een ziekenhuis in Uden. Uitgangspunt van Roland Koopman is dat specialistische zorg dicht bij huis geleverd moet worden en dat hoeft voor hem niet binnen de muren van het ziekenhuis. Sterker nog: “Beton mag geen belemmering zijn voor de ontwikkeling van zorg in de regio dicht bij huis.” In het project in Bernhoven genoemd “Droom”, welke een visie heeft op het ziekenhuis van de toekomst, gaat het om ontschotting van zorg.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen. Neurologen houden spreekuur in een verpleeghuis, urologen in een Medisch Huis en dermatologen in een huisartsenpraktijk. Met andere woorden: “De specialist reist naar de patiënt!” Een prachtige droom, dat is het zeker. Maar nu terug naar Losser en de sluiting van de poli Losser. Een ziekenhuis moet zich niet beperken tot de diensten waarmee het zich onderscheidt van andere zorgaanbieders, zoals huisartsen etc.: acute zorg, operaties, en behandelingen waaraan apparatuur te pas komt die onmogelijk verplaatst kan worden, dat is logisch. De volgende stap richting patiënt is deze te ontvangen in een zogenaamde buitenpolikliniek. In Losser staat er een, in Haaksbergen ook. Alleen die in Haaksbergen is een strategische. Dat wil zeggen die staat daar om zoveel mogelijk mensen weg te zuigen van Winterswijk en ZGT Hengelo. En de mensen in Losser? Die kunnen toch geen kant op: in de rug de grens met Duitsland en meest dichtbij Enschede en Oldenzaal.

Minachting

Dat patiënten altijd naar het ziekenhuis moeten komen, onderstreept de hiërarchische afstand tussen arts en patiënt. De patiënt krijgt te horen wanneer hij kan worden ingepland, en moet niet moeilijk doen over de datum en tijd die worden voorgesteld. Hij wacht lijdzaam in de wachtkamer totdat hij aan de beurt is, ook als dat pas ruimschoots na het afgesproken tijdstip is. Of het nou de bedoeling is of niet, maar met zo’n manier van doen wordt vooral minachting gecommuniceerd. En het onvermogen om afspraken goed te plannen, dat ook.

Wij in de zorg beginnen altijd de discussie met de gevleugelde uitspraak “ het belang van de patiënt staat voorop” en daarna hoor je er niemand meer over! Patiënten pikken het, omdat ze geen keus hebben. En dus zitten mensen vaak driekwartier of langer op de rolstoeltaxi te wachten die hen naar het ziekenhuis brengt (waar ze vervolgens te vroeg arriveren want ja, de taxi mag er formeel anderhalf uur over doen om je af te leveren, en te laat komen wil je niet). Met een beetje pech loopt het spreekuur van de arts uit, en daarna moeten ze dezelfde route in omgekeerde richting volgen.

Enkele reis 30 euro

Een bezoek van 15 minuten kost mijn (rol)stoel patiënt niet zelden tussen de 3 en 4 uur. Privé een rolstoeltaxi huren om zo de reistijd te bekorten, is niet te betalen: dat kost (in zijn geval) 30 euro enkele reis.

Absurd

Als de mantelzorger erbij moet zijn, kost dat bezoek de mantelzorger een werkdag, want artsen houden geen spreekuren in het weekend. Dat andere mensen vaak óók doordeweeks moeten werken, daar begrijpen zij dan weer niets van. Meestal zitten ze bij een specialist aan het bureau die naar mijn patiënts klachten luistert (fijn), een paar notities maakt, eventueel een suggestie doet om zijn medicatie aan te passen, en dan staan we weer buiten. Zowel mijn patiënt als de mantelzorger plegen hiervoor een absurd grote en totaal onnodige tijdsinvestering, die voor mijn patiënt bovendien fysiek behoorlijk belastend is.

Natuurlijk, de mensen zijn eraan gewend dat ze moeten reizen voor zorg en voor kwalitatief goede zorg willen mensen zelfs ver(der) reizen. Maar hoe ouder mensen worden, hoe minder mobiel ze worden en ook speelt voor de financieel minder bedeelde de kosten hiervoor ook een belangrijke rol. Dus de poli in Losser moet open blijven, sterker nog er zal meer zorg daar ter plaatse aanwezig moeten zijn en graag op een kwalitatief goede manier, met gemotiveerde mensen. Ook zal het goed zijn om met elkaar naar andere mogelijkheden, alternatieven te kijken. De specialist in de huisartspraktijk zou ook een goede en mooie mogelijkheid zijn. De zorg voor de patiënten staat centraal, is in de zorg een belangrijk gezegde maar wanneer komt de patiënt nu echt centraal te staan?

afbeelding van Ton Boermans

Door: Ton Boermans

Ton Boermans is huisarts in Losser.